Scroll to top
Welkom op de website van Stichting Nieuwe Waarde.
en nl

Werkwijze


Lees hieronder hoe Stichting Nieuwe Waarde projecten en initiatieven beoordeelt.

Stichting Nieuwe Waarde (SNW) hanteert diverse criteria bij het beoordelen van initiatieven van partners. De criteria zijn onderverdeeld in 3 hoofdthema’s:

  1. Inhoudelijke aansluiting op de focusgebieden van SNW, te weten: Armoedebestrijding & Educatie, Natuur & Biodiversiteit, Mens in Nood, Gezondheid & Onderzoek, Klimaat & Energie en Water;
  2. Effectiviteit van het project of de partner, op basis van diverse criteria die met name door het gedachtegoed van Effectief Altruïsme zijn ingegeven;
  3. Organisatorische en financiële criteria die gesteld worden aan het project en de partner, alsmede de gevraagde inbreng van SNW.

Focusgebieden

Aansluiting op de visie van SNW op de focusgebieden wordt beoordeeld op basis van de omschrijving van elk van de focusgebieden, en de bijbehorende criteria, zoals gepubliceerd op de website van de stichting. Dit is een subjectieve beoordeling door het bestuur op basis van de door de partner verstrekte informatie. Voor meer informatie wordt verwezen naar de pagina’s voor elk van de focusgebieden.

Effectiviteit

SNW gebruikt veel principes vanuit het Effectief Altruïsme gedachtegoed om initiatieven te beoordelen. Het onderliggende doel is de impact van het bestede bedrag zo groot mogelijk te maken. Problemen waarvoor de aanpak ervan doorgaans hoog scoort op effectiviteit zijn:

  • Omvangrijk (Het probleem is grootschalig)
  • Oplosbaar (Een oplossing is voorhanden die werkt en schaalbaar is)
  • Onderbelicht (Het probleem krijgt onvoldoende aandacht, zodat bijv. onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de oplossing toe te passen)

Vrij vertaald betekent dit dat SNW kritisch kijkt naar doelen die op het moment van aanvragen reeds “overgefinancierd” zijn, oplossingen die wellicht effectief zijn maar niet geschikt om op te schalen (van bijv. regionaal naar nationaal, continentaal, of zelfs mondiaal niveau), of doelen die zich bezighouden met een marginaal thema ten opzichte van bijv. het redden van mensenlevens of het beschermen van de leefomgeving van mens en dier.

Indien het aspect Oplosbaarheid nog onzeker is, is dat niet altijd reden tot afwijzing. Aangezien nieuwe oplossingen zich in complexe situaties vaak nog moeten bewijzen, wordt een innovatieve benadering niet geschuwd. Wel leidt dit tot extra focus op het meten en aantonen van effectiviteit zoals later beschreven.

Vanuit het model van de moral circle zoals benoemd door de stoïcijn Hierocles in de 2e eeuw na Christus en veelvuldig toegepast door Peter Singer en het boek “The Expanding Circle” uit 1981, probeert SNW zoveel mogelijk aandacht te geven aan de buitenzijde van de cirkel zoals hieronder weergegeven in een eigen interpretatie van dit model:

Bij het beoordelen wordt vooral aandacht besteed aan:

  • Effectiviteit – Leiden de bestede middelen en de uitgevoerde activiteiten, tot de gewenste effecten? Welke positieve (en negatieve!) indirecte effecten worden voorzien?
  • Kostenefficiëntie – Wat is de verhouding tussen de bestede middelen en de bereikte effectiviteit? Kan die gekwantificeerd worden met bewijs, bijvoorbeeld in de vorm van Quality Adjusted Life Years of aantal ton vermindering van CO2 uitstoot per bestede euro?
  • Groeipotentieel – Kan de aanpak opgeschaald worden onder gelijkblijvende of verbeterde effectiviteit en kostenefficiëntie? Hoe is de wet van afnemende meeropbrengst van toepassing bij opschaling?
  • Transparantie – Is er voldoende inzicht (vooraf, tijdens, achteraf) in de bestede middelen en met name de bereikte directe en indirecte effecten?

Organisatorische en financiële criteria

Initiatieven worden bij voorkeur beschreven met aandacht voor de 5 onderdelen van het proces om impact te bereiken, zoals hieronder weergegeven:

De overige criteria van SNW bij de beoordeling van aanvragen tot steun zijn als volgt:

  • Kwaliteit van de initiatiefnemer – In hoeverre wordt deze geacht de activiteiten succesvol te kunnen uitvoeren, en welke “track record” heeft de organisatie? Is de continuïteit van de organisatie gewaarborgd?
  • Kwaliteit van de begroting – Is de aangeboden begroting voor het initiatief realistisch en voldoende gedetailleerd? Toont de begroting voldoende aan dat met alle mogelijke kosten rekening is gehouden?
  • Kwaliteit van de planning – Is de aanpak op de beoogde effecten te bereiken met de geplande activiteiten, goed onderbouwd en haalbaar? Wat is het gevolg op de voortgang en effectiviteit, indien vertraging optreedt in het uitvoeren van de activiteiten? Heeft het initiatief een vooraf bepaalde looptijd ?
  • Verhouding financiering en begroting – Welk percentage van de kosten van het initiatief worden door SNW gedragen? Is er sprake van cofinanciering met andere donateurs of subsidies van overheidsinstanties? Kan het programma worden voortgezet indien de steun van SNW zou worden beëindigd na één of meerdere jaren? Waarom wordt een beroep gedaan op inbreng door SNW, en heeft de organisatie in de eigen begroting geen ruimte voor het initiatief?